Na een stranddag is het heerlijk om Amé in bad te doen. Zij vindt het ook heerlijk. Lekker met water, blokken, kopjes en theepot spelen. De laatste keren vond ze het minder leuk om water over haar gezicht te krijgen. Nee, waarschijnlijk laat ze het nu duidelijker merken. Toen ze kleiner was, gooide ik een beker water over haar hoofd en maakte direct met een washandje haar gezicht droog. Nu knijp ik een washandje boven haar hoofd uit en ga met hetzelfde washandje over haar gezicht heen. Om haar wat rust te gunnen, wrong ik het washandje uit en hing het over het bad. Kort hierna zag ik mijn kans schoon en kneep ik weer een washandje boven haar hoofd uit. Hahaha…Amé zei knipperend met haar ogen: ‘Wil je ophangen?’
Het viel me op dat ze ons woordgebruik letterlijk overneemt. In plaats van te gaan zeuren en te zeggen dat ze het niet leuk vindt, gaf ze op een positieve manier aan hoe ze het anders wilde hebben. De zin ‘’wil je ophangen?’’ omvat zoveel. Hiermee geeft ze op een positieve manier aan dat ze het onprettig vindt dat het water over haar gezicht loopt en gaf ze mij een alternatief wat te doen met het washandje.
Precies zo zijn we haar aan het opvoeden. Vanaf baby af aan communiceren we op positieve wijze met haar. Als ze begon te trekken aan de bladeren van de plant kon ze beter de bladeren aaien of ervan wegkruipen. Als ze het keukenkastje waar de schoonmaakmiddelen in staan open deed, sloot ik de deur en vertelde erbij dat het schoonmaakmiddelen zijn. Een goedje om de afwas te doen of de vloer te dweilen. Daarnaast vertelden we aan haar dat ze beter ergens anders mee kan spelen. Of als ze op het strand zand in haar mond krijgt, doordat ze haar vingers in de mond stopt, dan zeggen wij “neem een slok water en spoel je mond om en hou je vingers uit je mond” in plaats van “dat is vies, doe je vingers niet in je mond”.
Dit laatste voelt aan als een straf. Je hebt iets verkeerds gedaan, maar ze had helemaal niks verkeerds gedaan. Het was een impuls. Kinderen leren alles om hen heen kennen door middel van al hun zintuigen. Dat weten we allemaal, maar weten en doen; hier op een adequate manier op reageren, dat is vaak een wereld van verschil. De tastzin van de mond is een van de meest gebruikte tools om spullen te ontdekken. Als je dat weet dan kan het toch niet verkeerd zijn dat kinderen alles in hun mond stoppen. Ja, het is beter om sommige dingen niet in je mond te stoppen, maar dan kan je dit als ouder uitleggen.
Hiermee kom ik gelijk op een volgende belemmering die ik te vaak om mij heen heb gehoord ‘ze begrijpen het niet’. Kinderen begrijpen alles, mits je als ouder het geduld hebt en de tijd neemt om het uit te leggen. Hier schort het vaak aan. Ouders brengen hun eigen stress over op hun kinderen. Kinderen gaan dan vervolgens dwars liggen en dan worden ze gelabeld met van alles en nog wat. En hier worden ze ontzettend onzeker van. Door de mentale tikken die ze ontvangen, durven ze niet meer te vertrouwen op hun eigen kunnen. Laten we dit om gaan keren. Met zijn allen.
Ik ben benieuwd wat jij hiervan vindt!








